Noodgeld

Van pfennig naar miljoen

In 1922 en 1923 stortte de Papiermark in. Prijzen stegen sneller dan de Reichsbank biljetten kon drukken. Steden gaven opnieuw noodgeld uit, nu in hoge bedragen: duizenden, miljoenen, later miljarden mark. Het papier was soms maar één dag houdbaar. Op 15 november 1923 kwam de Rentenmark. Daarmee eindigde het inflatiegeld. Veel biljetten bleven bewaard, niet als vermogen maar als bewijs van hoe snel geld zijn waarde verloor.

Illustratie van een miljoen-markbiljet
Illustratie van een miljoen-markbiljet